Centrale Commissie van Toezicht

Het systeem van lokale overeenkomsten tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars werd na de Tweede Wereldoorlog vervangen door op nationaal niveau vastgestelde overeenkomsten. Deze werden gesloten tussen landelijke verenigingen van zorgverleners en de nationale samenwerkingsorganisatie van landelijke ziekenfondskoepels, vanaf 1947 verenigd in het Centraal Overleg van Ziekenfondsorganisaties (COZ). Het toezicht op deze overeenkomsten werd namens de minister van Volksgezondheid uitgeoefend door de Centrale Commissie van Toezicht (CCvT).

De CCvT werd in 1952 in het leven geroepen en zetelde in Rotterdam. De commissie bestond uit:

De Commissie koos zelf een neutrale voorzitter. In 1952 was dit de apotheker C.J. Cohen. Secretaris was D.A.G. Halley.

De taak van de CCvT was het bevorderen van het instellen van Regionale Commissies van Toezicht (RCvT). De CCvT gaf daarvoor richtlijnen uit. In 1952 werd een eerste indeling van de regio's gemaakt.